Bijenwas

Bijenwas

Bijenwas is het bouwmateriaal van de werkbijen. Deze bijenwas is bedoeld voor de bouwstructuren (raten) van de honinggraat. De raten zijn zeshoekig en de cellen worden gebruikt als opslagkamertjes voor stuifmeel en honing. Daarnaast gebruiken de bijen de raten als een soort kraamkamer voor de jonge bijenlarven.

Hoe ontstaat bijenwas?

Het bijenwas is eigenlijk niets meer dan een uitscheidingsproduct van de werkster bij in een bepaalde fase van het voorjaar en zomer. De werkster bij heeft klieren, ook wel de ‘wasklieren’ genoemd. Deze wasklieren zitten in de achterkant van de bij en zien eruit als twee spiegelgladde vlakken; de “wasspiegels”. Onder deze wasspiegels liggen de cellen (wasklieren) die was produceren. De (ondertussen hard geworden) was afscheiding is zichtbaar wanneer de bij zich strekt.

Met de achterpoten halen de bijen de was van zichzelf af. Met behulp van de andere poten wordt het wasplaatje uiteindelijk doorgegeven aan de kaak. Op dit wasplaatje kauwt de bij vervolgens, waardoor het plaatje met speeksel wordt vermengd. Imkers noemen dit proces ook wel ‘ het uitzweten van was’. Een wasplaatje is relatief laag van gewicht, de bijen moeten 1.250.000 van die plaatjes ‘uitzweten’ om 1 kg was te produceren!

Wist je dat:

De bij is het enige insect dat zijn eigen warmtehuishouding het gehele jaar constant kan houden? De bijenwas is hier de ‘bouwsteen’ van.

Bronnen:

Bogdanov, S. (2014). Beeswax: Use and trade. In Beeswax (p. 15).
http://www.bee-hexagon.net